Ongelooflijk raadselachtig brein

Hij scrollt en swiped, hij weet precies hoe het werkt. Hij zoekt en vindt wat hij wil zien of horen op Youtube. En als het afgelopen is spoelt hij moeiteloos terug naar precies het stukje wat zijn interesse heeft. Of hij sluit de app af en kiest iets nieuws. Geef hem een dag de tijd en hij weet ook precies hoe mijn nieuwe iPhone werkt, niet drukken maar swipen, geen probleem.
Hij kent elk spelletje op de telefoon en speelt ze moeiteloos. Wijst foutloos de juiste afbeelding bij een gesproken vraag aan. Waar is de olifant? Klarinet? Bed? Hond? Eland? Vliegtuig? Graafmachine? Drumstel? Appel? Allemaal goed!
Hij puzzelt en zoekt plaatjes bij elkaar. Hij luistert eindeloos naar “Itsy bitsy spinnetje”.

Dat brein van hem is een ongelooflijk raadsel. Want waarom kan hij dit niet met zijn lijf? Waarom wijst hij de plaatjes niet op een papier aan? Waarom zijn bepaalde vaardigheden verdwenen? Waarom praat hij niet?
Want hij was “normaal” bij zijn geboorte. Hij ontwikkelde zich tot zo’n beetje 18 maanden als een gemiddeld kind. Maar toen ging het geleidelijk aan op slot, zo lijkt het. En enkel nog dat wat zijn oprechte interesse heeft kan hij zonder problemen uitvoeren. Die telefoon brengt het ultieme bewijs van de aanwezigheid van taalbegrip. Maar het is ook meteen het enige bewijs… En een bewijs wat niet meeweegt in de officiële tests.

Hij scoorde precies zoals we hadden verwacht. En de mensen die hem testten deden alles wat ze konden om hem zo positief mogelijk te stimuleren. In die zin viel het me niet tegen.

Toch wringt het me weer de afgelopen dagen. Die confronterende cijfers zetten me aan het denken. Wat missen we? Hoe kan zoiets nu toch gebeuren? Doen we het wel goed?
En zo belandde ik van een nostalgisch zwelgen in filmpjes van vroeger en eindeloos googelen in een soort rabbit hole. Ik las over metalen in ons drinkwater, vaccinatie schade, voeding, over niet te bewijzen theorieën en succes verhalen. Op zoek naar onvindbare antwoorden.

Tot ik er genoeg van had. Ik klom er weer uit, dat stomme hol. Keek nog weer even op de plek waar ik altijd herkenning vind. Een pagina over autisme, regressief autisme past precies bij zijn symptomen. Daar zie ik kinderen zoals hij, daar vind ik ouders zoals ik. Het geeft me perspectief.

Ik steek m’n neus weer in de wind. Want ik geloof in hem, in zijn (verborgen) talenten, in zijn blije koppie en vrolijke lach. Diagnose of niet, het maakt geen verschil. Al is het maar 1 procent wat aan geluk voor hem te winnen is: We gaan er voor!